Introductie Melvill van Carnbeelaan Driebergen

andere straat

  intro  kaart  foto’s  ansichten  monumenten  luchtfoto  woningmarkt



In augustus 1922 bogen B&W van Driebergen zich over een verzoek van de bewoners van de Verlengde Traaij. Die klaagden over de Egyptische duisternis ’s avonds op het gedeelte tussen de Arnhemsebovenweg en “den zoogenaamden Nieuwenweg aldaar”. Met die nieuwe weg bedoelden ze de weg die loodgieter Van Waveren c.s. pas hadden laten aanleggen door het Driebergse bos. Een vrij simpele macadamweg, maar voldoende om de bouwpercelen te ontsluiten die Van Waveren daar met z’n schoonfamilie aan het ontwikkelen was. De Van Waveren-combinatie had enkele jaren daarvoor het grootste deel van dat bos aangekocht, en was bezig gegaan het als bouwgrond te gelde te maken; Driebergen sprak van het plan Van Waveren.

Een jaar later kreeg de nieuwe weg een officiële naam. Op verzoek van de heer J.A. van Waveren werd door de gemeenteraad op 3 januari 1923 de naam Melvill van Carnbeelaan vastgesteld. Jonkheer August Lewis john Melvill van Carnbee (1862-1918) woonde in de gemeente Rijsenburg van 1903 tot 1918, op ’t buiten Kraaybeek. Hij liet zich graag met het dorpsgebeuren in: wethouder van Rijsenburg, vice-voorzitter van de Verfraaiingsvereniging, beschermheer van Aurora, voorzitter van christelijke schoolvereniging, vice-voorzitter van de Volksbond tegen Drankmisbruik en ga zo maar even door. Hij was dan ook in Driebergen en Rijsenburg een zeer gezien man.

Niet alleen daar, ook op het nationale vlak was Melvill van Carnbee actief, o.m. als gedelegeerde van het Rode Kruis en als hoogheemraad van het grootwaterschap Woerden. En wat ook telde: van goede komaf en geparenteerd aan de beste families. Zijn bezetting in de familiegrafkelder op Oud Eik en Duinen in’ s- Gravenhage bracht dan ook van alles op de been: kamerleden, generaals, ministers, waterschapsbestuurders en delegaties van diverse plaatselijke organisaties. Burgemeester De Beaufort noemde hem bij die gelegenheid ” … de ziel van tal van verenigingen”.

Graag had Van Waveren met zijn Melvill van Carnbeelaan een rechtstreekse aansluiting met de Hoofdstraat willen hebben. Daartoe schreef hij in 1921 aan de gemeenteraad van Rijsenburg: “… bezig zijnde met den aanleg van wegen in het bosch ten N.W. van de Arnhemsche Bovenweg, zou het m.i. van groot nut en algemeen belang zijn indien er aansluiting bestond van den Rijksstraatweg naar bovengenoemd terrein vanaf de kom der gemeente Rijsenburg. ” Wat had Van Waveren in zin? De Diederichslaan in rechte lijn als verharde weg doortrekken naar de Arnhemsebovenweg en dan door ’t bos met een vloeiende boog aansluiten op ‘de Melvill’. Maar had de Rijsenburgse gemeenteraad belang bij de Driebergse plannen van Van Waveren? In de verste verte niet, en dus kwam er niets van in.

Aan de Melvill van Carnbeelaan staat – op nummer 115 – de chauffeurswoning van de verdwenen villa Sparrenheide. Zie daarvoor onder Sparrenheide. Op de plek van het huidige woongebouw Stella Maris (nrs.16-20A) stond voordien de Morgensterkapel, met tegenzin door de hervormde gemeente van Driebergen daar gezet in 1965. De tegenzin zat hem daarin dat het niet mogelijk was gebleken om met de gereformeerden – die aan dezelfde laan in 1961 de Maranathakerk bouwden – sámen één kerkgebouw neer te zetten, om samen te delen… Later besloten de twee wijkgemeenten alsnog ‘samen op weg’ te gaan,from here to eternity. Aangezien de gezamenlijke kudde, geleid en geweid door een hervormde en gereformeerde herder, niet groot meer was om daarvoor twee kerkgebouwen in stand te houden, werd de Morgensterkapel gesloopt.

Overgenomen uit ‘Heg en Steg’ van Dick Steenwijk
Uitgeverij Stichting Kleine Geschiedenis van de Heuvelrug, 2000
isbn 90-6720-236-3