Hoofdstraat 244 Veldzigt



Foto Renk Knol 2000

Het witgepleisterde blokvormige herenhuis van drie bouwlagen onder een doorzalend schilddak dateert in zijn huidige vorm uit 1869. Richard Boer, die ook De Horst in bezit had, kocht in 1845 van landbouwer Jan Vermeer een stuk grond met daarop een woning die in 1840 door Vermeer was gebouwd. Deze woning is waarschijnlijk de kern van de begane grond van het huidige pand. Na Richard Boer kwam Veldzigt in handen van diverse welgestelden die evenals Boer ook De Horst in bezit hadden. Veldzigt werd of als gastenverblijf van De Horst gebruikt of verhuurd. In 1869 liet M.A. Schill, weduwe van A. van Scherpenberg die Veldzigt en De Horst enkele jaren daarvoor had verworven, het huis vergroten en in de huidige staat brengen. Zij liet meteen een koetshuis bouwen, dat een jaar later opgeleverd werd. Het merkwaardige voorkomen dat Veldzigt na deze verbouwing heeft gekregen, is een gevolg van het feit dat men voor de vergroting gebruik is blijven maken van de kleine grondslag van het originele huis uit 1840. Na verloop van tijd kwam het buitenhuis in gebruik als woning van een kweker, die de bijbehorende gronden voor zijn kweekbedrijf benutte. Kweker J.J. Blokland liet bijvoorbeeld in 1907 achter het huis Veldzigt een druivenkas bouwen door D. Appels en Zn. Het terrein van de kwekerij Veldzigt is later van het huis afgesplitst. In het laatste jaar van de Eerste Wereldoorlog was Veldzigt in gebruik als toevluchtsoord voor Belgische kinderen.
Op de begane grond is aan de voorzijde in het midden een driezijdige erker geplaatst met licht getoogde vensters. Oorspronkelijk was de erker voorzien van een balkon met zinken baldakijndak. Aan weerszijden van de erker bevindt zich een fenétre-a-terre met rondboogvormige beëindiging. Op de eerste verdieping komt een dubbele deur uit op het voormalige balkon. Links en rechts hiervan is een venster geplaatst. Op de tweede verdieping zijn drie vensters in de gevel opgenomen. De rondboogvensters van het pand worden naar boven toe per bouwlaag kleiner en zijn voorzien van een zware profiellijst op consoles. Tegen de rechterzijgevel is een veranda geplaatst met tochtruiten. In deze ruiten is een gietijzeren, neogotische raamtracering te zien; op de vloer liggen decoratieve tegels. De ingang bevindt zich aan de achterzijde. Het pand is in 1992 gerenoveerd en verbouwd. Hiertoe is in het interieur helaas het nodige gesloopt. Slechts enkele stucplafonds van het oorspronkelijke interieur zijn behouden. In de omringende tuin staan nog slechts enkele oude bomen en ligt een restant van een vijver.
Arch: Kad. legger art. 56/21 en 66/31 nr. C 5 1 0 en 339/14 en 20 nrs. C 5 1 0 en C 696; BV-doos onginventariseerd. Lit: Steenwijk, 1992, p. 126.
besluit: 00000000   categorie R   dbr 185
bron: Monumenten Inventarisatie Provincie Utrecht, 1996; Driebergen-Rijsenburg, Geschiedenis en Architectuur